Een hand   




Een hand krijgt vorm door wat -ie vasthoudt of wat -ie maakt.
De tijd neemt, wat haar wordt aangereikt:
warm brood, een koele steen,
een kind dat met haar vinger de bladzij vasthoudt.

Geliefd, maar afzonderlijk oud geworden, 
toont jouw gezicht de veranderingen in het mijne.
De geschiedenis die het draagt,
het betoog dat het voert,
zo tussen het ruisen van de bomen.
En ook de jagende wolken, een vlucht vogels
en de lucht waarin die vogels het uiteindelijk altijd weer verliezen.
Rimpels uitgewaaierd, maar niet de kaaklijn.

Mijn vinger, die daar rust, herinnert zich de plek.
Ooit waren wij één. Wat de tijd toen deed,
wat onze handen toen deden;
het uitwissen van de toekomst die wij bezaten.
Voor sommigen bewaart de toekomst
wat handen loslaten, niet wat ze maken.

En wij? Wij bouwden bruggen, wij liepen eroverheen.
We verweefden de geluiden van de nacht, met hartstocht.
Hoe de roep van uilen onze plaats innam,
wespen hun nest verlieten
en de wind tot slot de papieren cocon meenam.

Ons houten huis, ontwricht, biedt nu onderdak aan anderen.
Een leven krijgt vorm, door wat het vasthoudt of wat het maakt.

En ik? Ik geef je deze woorden,
ik geef je deze woorden voor wat ze allemaal niet kunnen vervangen.




Hertaling door Wordbites van stuk van Jane Hirshfield. Lees haar verzameld werk: The asking. Schitterend!