Twijfel  



Twijfel. Ik ontwaak. Naast je, als een halfopen gordijn
Ik kleed me vervolgens weifelend aan, als een kopje,
dat niet helemaal zeker weet of het gevallen is.
Ik eet twijfelend, ik werk twijfelend, ga naar een
dubieus café, uiteraard vol sceptische vrienden.
Ik ga slapen, twijfelend aan mezelf, als een kudde
geiten die slaapt in een vrachtwagen, die plots is
stilgevallen.

Ik droom van jou, twijfel, nacht na nacht —
want wat betekent dromen anders dan,
dat alles, wat we daarin zijn,
vergankelijk, vormeloos en in aarzeling gehuld is?

Linkerhand. Rechterhand. Twijfel, jij bent in me.
Je gooit een basketbal. Je stuurt mijn mes. Je stuurt
mijn vork. Linkerknie. Rechterknie. We rennen
om de bus te halen, voor een afspraak, die vrijwel
zeker voorbij is, als we aankomen.

Ik zou graag tevreden, in je willen groeien, twijfel,
zoals een schuifraam zich gehoorzaam nestelt
met verborgen katrollen en verholen koorden.
Ik betwijfel, of ik dat kan:
want jouw tegengewicht beheerst mijn nachten
en beheerst mijn dagen.
Zoals het lange loden gewicht, de open mond van het
raam in evenwicht houdt, zo houd jij mij vast.
Mijn koppige knielen.
Mijn noeste lofzangen.
Ik betwijfel, of je die ooit zult horen.



Hertaling door Wordbites van stuk van Jane Hirshfield.