Blauw.

In het begin was het er.

Maar wat dan?

En was ‘t er daarvóór ook al?

Misschien was er van alles.

Laten we zeggen lucht, zee, brommers, bomen.

Alles was er al, maar misschien had niemand er een naam voor.

Kan iets er zijn, zónder dat je weet hoe het heet?

Misschien, even naar buiten kijken.

Laten we zeggen iets met lucht.

Laten we zeggen iets met vijf letters.

Je kent het waarschijnlijk al heel lang.

Maar stel dat de vijf letters van blauw er nog niet waren.

Stel dat de vijf letters van blauw nog niet bestonden.

Was de lucht er dan wel?

En hoe zit het met zee?

Laten we zeggen op een heldere dag.

Zeg maar dat niemand blauw zei.

En die letters, die letters…

Heb je die geleerd van mensen om je heen.

Ouders, vriendjes, vriendinnetjes, je juf of de meester?

En toen jij geboren werd. Waren ze er toen ook al?

Je hoefde ze in ieder geval niet allemaal zelf te bedenken.

Soms, kun je ze niet kunt vinden.

Bijvoorbeeld als je heel blij bent, maar niet precies weet waarom.

Of dat je iemand mist, terwijl die gewoon naast je zit.

Of dat je naar de sterren kijkt, en dat het allemaal heel groot is.

En dat je er iets over wil zeggen, maar je niet weet wat.

Soms, vind je er een.

Soms, moet je het allemaal zelf verzinnen.

En soms, blijft het stil.

Tekst door Wordbites geïnspireerd op tekst van Tom de Haan. Schets voor Eerste woord, voorstelling + workshop.

 

 

Volgende
Volgende

Interactie.