Interactie.
Eerste aanzet tot een paper over interactie.
Mooie dingen die ontstaan omdat de ander er is.
Zoals je weet hou ik enorm van interactie. Dus het publiek niet alleen laten kijken of luisteren maar ook mee vorm laten geven. Kijken hoe stilte verbindt, hoe een kind in een workshop de regie overpakt of een groep ogenschijnlijke vreemden ineens samen een heuse tribe wordt. Heerlijk!
Interactie is wat mij betreft zoveel meer dan mensen in beweging krijgen. Het gaat om ruimte maken voor het onverwachte. Voor ontmoeting,. Voor wat je alleen nooit had kunnen bedenken. Maar hoe doe je dat? En wat vraagt het van mij als maker en performer? Hieronder heb ik een eerste aanzet gemaakt voor een paper over dit boeiende fenomeen. Zeg maar hoe interactie kan verrassen, verbinden en de boel tot leven kan brengen.
Wat is het? Interactie is iets doen met elkaar waarbij er wederzijdse beïnvloeding is tussen publiek, performer, ruimte en andere bezoekers of omstanders. Met elkaar doen dus. Cohesie kan daaruit volgen. Het is je verbonden voelen met elkaar waarbij het draait om het ontstaan van een gezamenlijke sfeer, vibe of gevoel. Verbinden dus. Immersie is zodanig ondergedompeld worden in een ervaring dat “de gewone wereld” naar de achtergrond verdwijnt. Volledig ondergaan dus.
Waarom vinden we interactie zo belangrijk? Theatraal gezien is interactie het moment waarop een voorstelling of show niet langer alleen voor het publiek wordt gespeeld (of soms zelfs tegen het publiek wordt gespeeld) maar met het publiek. Het publiek wordt mede eigenaar. Menselijk gezien gaat het daarbij om contact, om erkenning en wederkerigheid. Even uit je eigen wereld stappen of vanuit je eigen wereld in verbinding komen met de ander. Daardoor ontstaat iets dat je in je eentje nooit had kunnen maken: een gedeelde ervaring. En het mooie? We praten niet met onze o zo verstandige hoofden over identiteit, of connectie of cohesie we laten het ervaren! Met dansende voeten, met zwierige armen, met kloppende harten en met bewegende zielen. Meta!
Bougies in de groep. Bougies zijn leuke dingen. Ze geven een vonk! In het publiek heb je vaak ook een aantal bougies. Energieke mensen die het vuurtje aanzetten of opstoken. Zeker in het begin van onze performance zoeken we graag contact met de bougies; het zijn hele fijne fakkeldragers. Zij zetten de verdere interactie in de groep in gang. Dat brengt me op een gesprek dat ik een tijdje geleden had met een docent biologie. Die zei ook: “In een klas is een kwart van de leerlingen helemaal lijp van mijn vak, de helft is van OK, so/so en een kwart wil biologie laten vallen zodra het maar kan.” En zo is het met interactie met groepen vaak ook zo. Een kwart gaat gelijk aan. De helft is zeker over te halen en een kwart moet het allemaal nog maar eens even zien. Het boeiende? In die kwart van “initiële non-believers” zitten vaak ook een paar mensen die zichzelf weten om te toveren tot bougie! Wij horen dan terug: “Ik was in het begin echt steevast van plan niet mee te doen met jullie maar de knop ging ineens om. Zo tof! Het was letterlijk en figuurlijk een grote sprong voor me.”
Het is begonnen voor het begonnen is. Eén van de bijzondere dingen van performen? Alles krijgt betekenis. Hoe je je tas neerzet. Hoe je met je handen door je haar strijkt. Of je een bekertje omgooit. Nog voor dat je begonnen bent is het begonnen. Het is goed om je bewust te zijn dat er mensen in het publiek zijn die volgen hoe je je microfoon in je standaard zet, hoe je elkaar bejegent als artiesten onderling en of je steeds zit te friemelen aan je bovenste knoopje. Wat ze daar zien, of denken te zien, heeft een grote invloed op de bereidheid van het publiek tot interactie. Of je je gedrag daarop moet aanpassen?? Nee! Maar wat ik zeg: het is al begonnen voor het begonnen is.
Het begint met veiligheid. We zijn nog steeds Neaderthalers in ons gedrag. We willen ons eerst veilig voelen. Anders is het een kwestie van vluchten, vriezen of vechten. In een performance met publiek is het niet anders. Zeker als je interactie wil. Hoe je die veiligheid kunt opbouwen? Wij gebruiken tal van manieren. De mensen begroeten bij binnenkomst. Kan met de ogen. En high five is nog effectiever omdat je dan fysiek contact maakt. Even de tijd en rust nemen om iedereen echt even bewust te zien. Doet me denken aan Robert Smith, de leadzanger van The Cure, die tegenwoordig bij de lange intro van het eerste nummer minutenlang alleen maar rondloopt een de mensen in zich opneemt.
Nog een effectieve en gelijk een interactieve: beginnen voor het begonnen is. Vaak maken doen we al kleine vingerknipjes of miniscule klapjes met de handen voor we de hoofdtelefoons uitdelen. Op die manier dragen we niet alleen energie over maar verbinden we de groep ook tot groep. En er ontstaat een eerste laag van veiligheid.
“Eerst iets geven, dan iets vragen”. Vaak beginnen we, nadat we de hoofdtelefoons hebben uitgedeeld met muziek met een stuk poëzie. We geven eerst wat voor we wat vragen. We laten ons eerst zelf zien. De deelnemers moeten even de tijd en de ruimte hebben om ons en elkaar te leren kennen en te ontdekken: wat is dit, met wie ben ik hier? Zelfs als ze het antwoord niet kunnen geven ; )
Laagdrempelige ja’s zijn een volgende laag van veiligheid. Klein succesjes. Maak kleine knipjes met je linker middelvinger en duim. Nu met rechts. Cool! Weet je wat we maken er klapjes van. En nu we er toch zijn doen we er een klein sprongetje bij. Samen merken we niet eens dat we begonnen zijn.
Een belangrijk moment in wat we maar zullen noemen “het verdiepen van die veiligheid” is een van de weinige onderdelen die “vast” in de opbouw van de Poetry Rave zit: de cirkel waarbij we een kwartslag naar links draaien en heel langzaam als een treintje naar beneden zakken en zo op elkaars knieën zitten. Vaak ook een euforisch moment voor de groep. Zo van, handen los en juichen! Door de aanraking en het dragen van elkaar is er daarna vaak een sterk gevoel van verbondenheid en veiligheid. Na dit punt is eigenlijk niks meer gek of raar…
Niet alleen een opdracht maar ook een reden. “Handen omhoog” kan wat verderop in onze performance een prima call zijn maar zeker in het eerste deel van de performance werkt het beter om mensen niet alleen een opdracht te geven maar ook een reden. Dat kan op verschillende niveaus. Bijvoorbeeld: laten we het lekker laten waaien met elkaar. Of: hoeveel ruimte kunnen we hier eigenlijk innemen met elkaar? Interactie wordt meer spelen en niet alleen een instructie van een animatie-team ; ) Het laatste kan overigens verderop in de performance ook goed werken mits we het met zelfspot en ironie inzetten : )))
Contrast als verdieping van de interactie. Contrast werkt in het klassieke theater als een dolle maar zeker ook in onze hybride Poetry Rave. Door te werken met groot/klein (in beweging), met stilte/explosie (in muziek), met ruw/verfijnd (in tekst) ontstaat energie en tegelijkertijd ook ruimte om te reageren. Op ons als performers en op elkaar in de groep. Contrast werkt dramaturgisch veel sterker dan voortdurend energie geven.
Laat de mensen elkaar ontmoeten en niet alleen ons. Wij hoeven als spelers niet voortdurend het middelpunt te zijn. In het eerste deel, laten we zeggen zo tot eenderde, is dat wel slim omdat het publiek zich in die fase gezien, veilig en gehoord wil voelen en een helder ijkpunt / touchpoint nodig heeft om zich op te richten maar zeker daarna is het vooral het idee dat het publiek elkaar ontmoet. Zo wordt de performance een gathering en de gathering een tijdelijke gemeenschap. De silent disco helpt daar enorm bij. We zitten immers samen in een bubbel en we hebben onze eigen codes ten opzichte van de omstanders zonder hoofdtelefoons die alleen kijken. Ontmoeting wordt interactie en dat kan allerlei vormen aannemen:
- Naar elkaar knipogen
- “Schaduw dansen” met alleen de handen
- Schaduw dansen met het hele lichaam
- Met 2 personen de polka dansen. Met 4, met 12, met 36…
Call / respons. Call respons is zo oud als de wereld. Ik zeg Yo, jij zegt Yo, yo. Het werkt. Ik zeg: altijd weer. Jij zegt: altijd weer. En het is ook nog eens perfect te combineren met beweging. Ik zeg altijd weer hoog, wij zeggen altijd weer hoog. Altijd weer laag, altijd weer laag. Omdat wij ook veel doen met poëzie maakt dat de call respons ook nog eens interessanter vinden wij. Zo is bijvoorbeeld onze signature call “Was je ‘dr bij? Of was je d’r echt” ontstaan. Van die siganture call verkopen we nu zelfs sjaals als merchandise.
Positieve bevestiging. In een tijd van harde en snelle oordelen lijkt positieve bevestiging bijna een beetje verdwenen te zijn. Zomaar een compliment; we vinden het bijna eng of verdacht. Toch werkt positieve bevestiging als een malle. Ook als je interactie of meer interactie wilt. Paar dingen: je moet het wel menen en je moet het specifiek maken. Bijvoorbeeld: “Wat een verfijnde beweging met die linker pink, zien jullie dat hoe sierlijk, dat is toch uniek??” Positieve bevestiging is niet alleen een reward, een beloning maar wat ons betreft ook een uitnodiging om nog net een tandje verder te gaan! Wij bundelen onze positieve bevestiging vaak in de kreet Fijn persoontje! Twee woorden, waarvan we inmiddels ook een sjaal als merchandise hebben gemaakt, die ontstonden bij een optreden in het Forum in Groningen waarbij we de gender van iemand niet helemaal konden pijlen en “Wat een fijn persoontje” helemaal spot on voelde. Er zit zoveel schoonheid en eigenheid in de mens; zolang we het maar zien, en blijven zien, en durven vieren.
Zelfspot van ons als performers is cruciaal. Via zelfspot, humor en ironie laten we zien: we zijn hier niet voor onszelf, we zijn hier niet om jullie iets te laten geloven maar we zijn het samen met jullie om hier iets in het ongewisse te creëren. Daardoor ontstaat gelijkwaardigheid. Het publiek hoeft niet alleen naar ons te kijken maar mag zich tot ons verhouden en tot alle anderen in het publiek. Die wederzijdse kwetsbaarheid opent de deur naar interactie: van zenden en ontvangen naar samen iets laten ontstaan. Een flow aan mensen, beelden, geluiden, interacties en vergissingen. Zelfs omstanders en passanten krijgen de ruimte.
De vierde wand. De vierde wand is er, maar in ons geval niet tussen ons als spelers en het publiek maar om het publiek dat meedoet heen en de kijkende omstanders/passanten.
Ademen met de omgeving. In de klassieke theater-theorie wordt volgens mij gesproken over vier lagen van afstemming: afstemming op jezelf (als performer of individu), afstemming op de ander (1 of max. 2 personen), afstemming op de groep en afstemming op de ruimte. Die afstemming is ook bij onze Poetry Rave cruciaal. Zeker ook omdat er oneindig veel ingrediënten zitten in jezelf, in de ander, de groep en de omgeving. Alles is een ingrediënt voor actie, reactie en interactie. De woede in jezelf over je ex, het functioneringsgesprek laatst met die ander, samen als een zwerm bijen een flasmob bij elkaar zoemen of een lantaarnpaal die het hart van een rol plakband vormt. Alles is een aanleiding, alles in een reden, heeft een betekenis of krijgt een nieuwe.
Wat vereist de Poetry Rave van ons als spelers? Nieuwsgierigheid. Verwondering. Voor alles om ons heen. Mensen, dingen, voorbijvliegende zwaluwen, in de wind rollende flessen. Geuren, kleuren, bewegingen, alles. Verder? Relaxte concentratie. Geen verwachtingen, geen aannames, geen oordelen. En als we toch een oordeel hebben dat oordeel gelijk weer ontkennen, omkeren of doorprikken. Speels wakker zijn dus. We zijn als spelers van de Poetry Rave karakter, persoon en regisseur ineen. We spelen de ander (karakter), we zijn ons zelf (persoon) en zijn de regisseur van het geheel (facilitator). En we switchen tijdens het spelen continu tussen die rollen. Het bijzondere, zoals Vida Bren het ook zegt in haar reader: bij het publiek/de deelnemers speelt precies hetzelfde. Wie speelt hij of zij? Waarin is hij of zij zichzelf? Wat bezielt hem of haar in deze bijzondere rave situatie? En hoe gaat ie met zichzelf om en met de groep?
Wat gebeurt er als mensen aan de haal gaan met het geheel? Wanneer de groep het overneemt (in beweging, in danse, in calls of wat dan ook) is dat natuurlijk super uitdagend en in feite ook de hoogste graad van interactie. De meest extreme vorm van vermenging van rollen ook. Het komt wel eens een enkele keer voor dat een individu of tweetal het dreigt over te nemen, zonder bijvoorbeeld oog te hebben voor de groep. Soms is dat uit puur enthousiasme met wat weinig ook voor de grenzen van anderen. Soms is dat bijvoorbeeld door bijvoorbeeld met teveel seksuele lading te gaan dansen. Vaak zien we dan de wijsheid van de groep die zich op subtiele wijze afkeert (zelfs ook fysiek) van die twee individuen. De taak aan ons als performers en facilitators van het geheel is om ruimte te scheppen voor de groep om die reactie ook op passende wijze te kunnen geven. Meestal een heel subtiel non verbaal moment. De roedel sluit zich, zeg maar. In het enkele geval dat er daadwerkelijk iemand dreigt de boel echt over te nemen, meestal niet afgestemde mannen, grijpen wij vanuit het belang van de groep in door een heldere grens te trekken. Bijvoorbeeld door te zeggen: dit gaan we niet doen want daarvoor zijn we niet hier.
Cruciale kinderen. Kinderen zijn het meest kritische maar ook het meest toffe publiek dat er is. En zeker als je wil gaan voor interactie zit je met kinderen vaak helemaal goed. Vanuit hun frisheid, hun vrijheid en hun intuïtie. We zien vaak dat ze ook een “versneller” zijn. Ik noem maar wat: we lopen met volwassenen in een cirkel maar de kinderen laten zien wat pas echt hard rennen is : ) En dat slaat over op de groep als geheel. Of we maken ons klein en kinderen laten zien hoe je echt kunt verdwijnen. Prachtig! Kinderen zijn ook vaak een heel mooi kompas om op te varen. Vanuit hun intuïtie voelen ze haarfijn aan wat ze zelf nodig hebben en vaak ook wel wat de groep nodig heeft. Een tijdje geleden was ik als host wel heel erg hyper waarop een jongetje van een jaar of acht me letterlijk aan de broek trekt en zegt: “Meneer, laten we even gaan liggen.” Ik deelde dit vervolgens met de groep en het werd een gouden moment van rust. Wat een top-interventie vind dat kereltje.
Veel ouders vinden het lastig om met hun kinderen te spelen. Met regelmaat spelen we voor gemengde groepen, dus ouders met kinderen. Voor veel ouders blijkt het lastig om te dansen en spelen met hun kind of kinderen. De meest pakken hun telefoon. Niet alleen om dat ene kiekje even te schieten maar naar ons gevoel om op afstand te blijven. Over interactie gesproken: dit stokt! Naar ons gevoel komt dat omdat veel ouders (anders dan hun kinderen) het lastig vinden om zichzelf los te laten. Even geen prestatie, even geen controle, even niet weten wat er moet gebeuren… Dat is voor veel ouders, en sowieso voor veel mensen, kwetsbaar. Zeker omdat een aantal ouders sterk op sturing en verantwoordelijkheid zitten. Gelukkig zijn er ook veel ouders die de telefoon de tas laten, die durven meespelen. Kinderlijk, onbeholpen en sierlijk tegelijk. Om zo hun kind en het kind in zichzelf te ontmoeten. Zonder doel maar met een gulle lach!
Wat volksdansen ons kan leren over interactie. Volksdansen laat zien dat interactie een gezamenlijke beweging is. Je beweegt niet alleen zelf maar reageert ook voortdurend op de ander en samen op het geheel. Luisteren, kijken, anticiperen. Soms leiden, soms volgen. Je geeft iets van jezelf en laat je meenemen door de ander.
Waarom absurdisme interactie versterkt. Absurdisme haalt de logica en de verwachtingen onderuit. En neemt ons als performers met zelfspot op de hak. Daardoor ontstaat er ruimte om niet te weten wat je moet doen. En omdat niemand het weet ontstaat er een verband. En komt er ruimte voor interactie. Als er iets absurds gebeurt of gevraagd wordt kan het publiek niet meer passief consumeren. Het moet wel reageren, meedenken, twijfelen, lachen. Als was het maar uit verwarring of onhandigheid. Het absurde brengt ons als performers ook veel dichterbij en maakt ons gelijkwaardig(er). Dat stimuleert speelsheid.
Hoe ironie interactie kan versterken. Ironie schept ruimte. Ruimte voor de ander. Wij zeggen niet alles wat we denken maar geven er net een kanteling aan, een knipoog, een dubbele bodem. Hierdoor moet het publiek zelf op zoek naar de betekenis. Als die er al is ; ) Ironie maakt zet ons als performers ook neer als “kwetsbare ook niet weters”. Hierdoor ontstaat een soort gedeeld begrip of op zijn minst een gedeelde aanname. Zeg maar in de ruimte tussen wat gezegd wordt en wat bedoeld wordt.
Waarom zelfspot interactie kan versterken. Zelfspot maakt ons als performers als minder onaantastbaar of anders gezegd als beter aanraakbaar. We laten zien onszelf ook niet al te serieus te nemen. En daarmee geven we het publiek toestemming om vrij te reageren en te interacteren. Het haalt de hiërarchie uit de ontmoeting. We staan middenin. Het is tegelijkertijd ook een uitnodiging aan het publiek om samen ook te gaan voor die zelfspot.
De tien belangrijkste lessen over interactie die we trekken uit Why don’t we do it in the road van Vida Cerkverik Bren.
1. Maak van het publiek geen toeschouwer maar deelnemer. Kortom een verschuiving van wat wil ik dat het publiek ziet naar wat wil ik dat het publiek doet, ervaart en veroorzaakt. Het publiek komt centraal te staan. Niet (alleen) wij als spelers.
2. Interactie is geen middel maar het doel zelf. Het gaat ons niet om het applaus, erkenning of een vooraf bedacht effect. De interactie is de artistieke gebeurtenis.
3. Het publiek heeft een sleutel nodig, een key. Mensen die onverwacht in een interactieve voorstelling terecht komen weten niet automatisch wat de (ongeschreven) regels zijn. Daarom geven we ze een eenvoudig principe waarmee ze begrijpen a zo werkt het ongeveer hier. Bij ons zit dat in de titel Poetry Rave. “A dus iets met poetry en iets met samen raven” en onze ondertitel: Boem, boem, bla, bla, spring, spring. Dus iets met muziek, iets met praten en bewegen. Soms markeren we de plek zodat ook het speelveld letterlijk en figuurlijk helder is.
4. Maak het veilig voor het spannend wordt. Interactie begint met (wederzijds) vertrouwen. Veiligheid is cruciaal, daarna kunnen we pas mensen verder meenemen.
5. Meebewegen. Interactie is uiteraard niet: ik doe A, dus jij doet B. Het is voortdurend observeren, echt waarnemen, reageren, meebewegen. Kortom: volledig improviseren. Als onze reactie vooringenomen zou zijn is er geen interactie meer. Het valt ons elke keer weer op hoe belangrijk het is om zeker ook kinderen heel helder mee te nemen in onze observatie, want kinderen hebben een grote wijsheid uit intuïtie.
6. Improvisatie en interactie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er moet maximale ruimte zijn voor het onverwachte. Dat vereist van ons als spelers concentratie en focus maar ook openheid en losheid.
7. Als performers zijn we facilitator. Wij zijn bepaald geen almachtige makers maar degenen die de situatie creëren, de hoofdlijn schetsen en het spel openen.
8. We geven de controle weg, niet de regie. Dat lijkt paradoxaal maar is cruciaal. Wij zetten het geheel neer, het kader, de context. Het publiek bepaalt wat er binnen de ruimte gebeurt. Of zoals Bren het zegt: wij organiseren het feest maar wat de gasten doen bepalen ze zelf.
9. We maken van vreemden een tijdelijke gemeenschap. Het mooie van interactie is de ruimte en de beweeglijkheid voor de individuele deelnemer/bezoeker maar door samen het spel te spelen worden onbekenden medespelers en ontstaat er een tijdelijke gemeenschap, een tribe.
10. Deelnemers worden mede-eigenaar van wat er ontstaat. Het “hoogste niveau” is wanneer de mensen niet alleen onze calls en instructies volgen maar zelf acties, interventies gaan uitvoeren. De rave verschuift van “meedoen met” naar “vormgeven van”. We ontwerpen niet wat het publiek (als reactie) moet of kan doen maar we creeren een situatie, een ruimte waarin het publiek iets kan laten gebeuren. Dat is ook het verschil tussen animatie (het publiek enthousiast maken om een gewenste reactie te ontlokken) en interactie (de ander als gelijkwaardige speler, wiens reactie iets mag veranderen).
En zo wordt onze speelplek een theater dat tot leven komt in interactie met het publiek. Interactie maakt het werk leven en levendig. Interactie is een ontmoeting. Iemand die een opdracht uitvoert is nog geen interactie maar meer een reactie. Bij interactie is er echt sprake van uitwisseling. Ik reageer op jou en jij op mij. Daarmee wordt de klassieke scheiding tussen kunstenaar en publiek doorbroken. Die grens wordt vloeibaar.
We maken een Gesammtkunstwerk waarbij het de kunst van de kunstenaar is om de context, het kader zo neer te zetten dat er ruimte is om die collectieve creatie te laten ontstaan. En zo creëert interactie iets wat zonder de ander niet had kunnen ontstaan. Bij interactie verandert het werk en het totaal door de ander. Of zoals Bren het zegt: “Interactie is niet hoe krijg ik het publiek zover dat het meedoet maar wat kan ik creëren waardoor er tussen ons iets ontstaat wat ik niet alleen had kunnen maken.” Wat kan alleen ontstaan omdat die ander er is…
Aanzet tot een paper over Interactie door Wordbites, oktober 2026.